Blog

Zomaar een kijkje

Of ik even mee wil kijken, vraagt een collega. Niet een heel vreemd verzoek. Ik krijg wel vaker deze vraag. Als plusklas leerkracht en coördinator meer en hoogbegaafdheid, maar nu ben ik zelf ook wel nieuwsgierig.
Ik had dit kind al vaker voorbij horen komen in de koffiekamer, en gezien op het plein en in de school. Een jongen uit groep 6 die altijd met een “hoodie” op, in en buiten de school liep.
Het ging eigenlijk wel goed, vertelde mijn collega, maar Martijn was vaak somber en in zichzelf gekeerd. Hij deed zijn toetsen eigenlijk altijd wel goed. Maar was daar wel heel erg lang mee bezig, kon er meerder dagen over doen, hij dwaalde vaak af had eigenlijk nooit zijn werk af. Ouders hadden ook al hulp buiten school gezocht, hij was angstig. Bang om het niet goed te doen. Sliep slecht en piekerde veel.

De leerkracht zegt er meteen bij, ja ik denk niet dat hij hoogbegaafd is ofzo, maar hij moet de stof wel gewoon kunnen maken. En ik ben ambulant dus..of k eens mee wil kijken hoe hij de toetsen maakt.

Ik stel voor dat Martijn de toets bij mij afmaakt. Als ik in het koffiekamertje me voorbereid op de plusklas. En zo maken Martijn en ik eindelijk echt kennis met elkaar. In het koffiekamertje zitten we samen, hij met zijn toets en ik met ander werk. Ondertussen stel ik hier een daar een vraag over school, vrienden, maar ook over de toets. Martijn vindt de toets moeilijk, toch maakt hij weinig fouten. Ik ga wat dieper in, op het moeilijke deel van de rekentoets. Al meekijkend stel ik de vraag of hij weet wat hij moet doen. Ja dat weet hij wel. Ik vraag of hij de opgave snapt. Ja, dat ook wel.
Ik vraag dan wat hij moeilijk vindt. Tja, zegt hij het duurt zolang voor ik het weet.

En zo blijkt eigenlijk dat Martijn denkt dat als hij het antwoord niet meteen “ziet”. het dus een moeilijke som is. Ik vertaal dit naar hem door te zeggen, OK, je vindt het niet moeilijk, je weet het antwoord niet meteen, dat is wat anders dan moeilijk.. Hij kijkt me onzeker aan, meen je dat nou.. en gelooft me eigenlijk niet.

Ik ga daarna met de leerkracht in gesprek en Martijn wordt op mijn verzoek in de plusklas geplaatst.
Hij heeft de eerste maanden eigenlijk niets gedaan, maar in de gesprekken in de plusgroep kreeg hij steeds meer praatjes. Je zag hem genieten van de interactie met de anderen het out of the box denken en de opdrachten. De opdrachten ging hij steeds meer maken, en ook steeds gretiger. Hij vond ze leuk, ze pasten bij hem.
Martijn, eenzaam en terug getrokken in de groep, altijd een capuchon op en geen werkhouding. werd steeds loser in de plusklas, had contacten, genoot!
Genietend van de laatste plusklas opdracht toen hij in groep 8 zat. Hij dook erin, schreef een journalistiek stukje over zijn training (die hij zelf bedacht had). Maakte een folder, schreef een handboek, en bereide een presentatie voor. Hij heeft zijn plusklas afgerond door vol verve een betoog voor de ouders te houden, over een volledig fictief onderzoek, goed doordacht, beargumenteerd.
Het somber, teruggetrokken jongetje, waarvan de leerkracht niet wist wat hij cognitief nu wel of niet kon, stond daar als een heel ander kind te presenteren.

In vol ornaat, met een labjas aan een extra bril op zijn neus en zich voorgesteld als professor.
Een humorvolle, vol zelfvertrouwen, een presentatie die stond als een huis.
Na afloop was hij trots op zijn resultaat. En ik? ik heb een klein stukje van zijn reis hierin mogen begeleiden, en ook ik ben trots op hem.

Martijn zit nu op het gymnasium en laat zien wat hij kan.

Dit is een verhaal van een paar jaar geleden, de naam Martijn is i.v.m privacy fictief.